Vorderingsrecht bij letselschade


Artikel 6:107 BW geeft een exclusieve regeling voor het vorderingsrecht, dat kan ontstaan als iemand persoonlijk letsel oploopt door een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is. Het artikel bepaalt wie een vorderingsrecht heeft, en voor elke schadeposten een vergoeding kan worden gevaagd.

Artikel 6:107 lid 1 BW: Indien iemand ten gevolge van een gebeurtenis, waarvoor een ander aansprakelijk is, lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, is die ander, behalve tot vergoeding van de schade van de gekwetste zelf, ook verplicht tot vergoeding van de kosten die een derde anders dan krachtens een verzekering ten behoeve van de gekwetste heeft gemaakt en die deze laatste, zo hij ze zelf zou hebben gemaakt, van die ander had kunnen vorderen.

Artikel 6:107 BW is bedoeld om de groep van personen te beperken in geval van schade, recht op vergoeding hebben na een verwonding. De lijst van gerechtigden heeft dan ook in beginsel een beperkt karakter. Anderen dan de in artikel 107 lid 1 BW genoemde personen hebben tenzij de wet anders bepaald (vergelijk bijvoorbeeld artikel 6:107a BW)- geen vergoedingsaanspraak.

Gerechtigden
De gewonde
De belangrijkste vorderingsgerechtigde is de gewonde zelf. Deze kan vergoeding van alle uit de verwonding voortvloeiende schade vorderen.
Derden

Behalve de gewonde zelf komen anderen voor vergoeding van schade in aanmerking als zij die kosten, anders dan via de verzekering, voor de gewonde hebben gemaakt. Het gaat dan om een verdeling van schade, die de aansprakelijkheid als totaal niet verhoogt.
De derde heeft een eigen recht op vergoeding, die bestaat op grond van de aansprakelijkheid tegen de gewonde.

Het tweede lid van artikel 6:107 bepaalt, dat de aansprakelijke partij tegen deze gerechtigden hetzelfde verweer kan voeren als tegen de gewonde.
Artikel 6: 107 lid 2 BW: Hij die krachtens het vorige lid door de derde tot schadevergoeding wordt aangesproken, kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de gekwetste ten dienste zou hebben gestaan.
Denk aan eigen schuld van de gewonde (artikel 6:101 BW) en uitsluitende afspraken die tussen de aansprakelijke en de gewonde zijn overeengekomen.

De werkgever
Sinds 1 februari 1996 is de kring van gerechtigden uitgebreid. In artikel, artikel 6:107a BW, is nu bepaald dat de werkgever, die voor zijn arbeidsongeschikte werknemer verplicht is tot loondoorbetaling, onder artikel 7:629 lid 1 BW, of door een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst, het netto doorbetaalde loon kan verhalen op de aansprakelijke partij. Als deze een andere werknemer is, heeft de werkgever ingevolge artikel 6:107a lid 3 alleen verhaal als de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van opzet of roekeloosheid.


Vorderingsgerechtigden op grond van verhaalsrecht


Anderen dan de in artikel 6:107 (en 107a) BW genoemde personen hebben geen vorderingsrecht, tenzij zij een verhaalsrecht hebben door subrogatie , regres of cessie.
Bij subrogatie verkrijgt de derde de rechten van de gewonde als daarvoor aan bepaalde wettelijke eisen is voldaan.
Subrogatie is een afgeleid verhaalsrecht. Dit betekent dat de gesubrogeerde de rechten van de gewonde geldend maakt. De gesubrogeerde kan dan ook niet meer vorderen dan de gewonde zelf had kunnen claimen. Een voorbeeld van subrogatie is opgenomen in artikel 284 Wetboek van Koophandel, waarin is bepaald dat schadeverzekeraars de schade-uitkeringen, die zij aan hun verzekerden doen, op de aansprakelijke partij kunnen verhalen.

Regres is een eigen recht. Een voorbeeld is het hierboven besproken artikel 6:107a BW, dat bepaalt dat de werkgever het aan de werknemer doorbetaalde nettoloon kan verhalen op de aansprakelijke partij.

Indien een derde schade aan de benadeelde vergoedt of hem een uitkering verstrekt die hij vervolgens wil verhalen op de aansprakelijke partij en er is geen recht van subrogatie of regres, dan kan het verhaalsrecht verkregen worden door middel van cessie: een overeenkomst waarin rechten aan een derde worden overgedragen.

Met deze vormen van verhaalsrecht lijkt het alsof de kring van vorderingsgerechtigden onbeperkt kan worden uitgebreid. Dit is echter niet het geval. Subrogatie en regres zijn voor met name genoemde vorderingen geregeld in de wet. De cessieconstructie kan volgens de jurisprudentie bij letselschade slechts in een beperkt aantal gevallen worden toegepast. Derden die wel schade lijden als gevolg van een ongeval met letsel, maar geen vorderingsrecht hebben op grond van artikel 6:107 BW en ook niet via de cessieconstructie hun schade kunnen verhalen, zijn onder andere de medevennoten van de firma en de maatschap van de gewonde en de overige aandeelhouders van de B.V. wanneer de directeur- grootaandeelhouder gewond raakt.

Schade die voor vergoeding in aanmerking komt
Deze schade kan volgens artikel 6:95 BW bestaan uit vermogensschade en ander nadeel. Hieronder valt direct of indirect vermogensnadeel. Voor overig nadeel lees artikel 6:106 BW, en in het bijzonder voor de immateriŽle schade. De vergoeding voor deze schade is het smartengeld.

Herstelkosten
In de meeste gevallen van letsels woeden door de gewonde kosten gemaakt voor medische behandeling etc. om het herstel te bevorderen. De vergoeding van deze kosten worden bepaald aan de hand van de redelijkheid en niet aan de hand van hetgeen medisch noodzakelijk is. Kosten van herstel kunnen zijn, geneeskundige behandelingen, verpleging, hulpmiddelen, reiskosten en overige kosten zoals speciale voeding, huishoudelijke hulp e.d.

Kosten van blijvende invaliditeit
Bij blijvende invaliditeit gaat het om toekomstige schade. Deze komt alleen voor vergoeding in aanmerking als het vrijwel zeker is dat dit gebeurt. Het gaat dan om geneesmiddelen, verpleging, speciale voeding, onderhoud en vervanging van kunstmiddelen, speciale of sneller slijtende kleding, gehoorapparaat, vervoer enz

Arbeidsvermogenschade
Als de gewonde zijn werk niet meer kan verrichten. De inkomenssituatie na het ongeval wordt vergeleken met de situatie als het ongeval niet zou zijn gebeurd. Het mogelijke nadelig verschil is dan schade wegens arbeidsvermogen vermogen verlies.

Overige vermogensschade
Kosten van rechtsbijstand voor het vast stellen schade en aansprakelijkheid, het maken van een onderlinge regeling ( buiten rechte).
Over de vordering van de schadevergoeding is de wettelijke rente verschuldigd vanaf het moment dat deze betaalt moet worden.

Beperking van schade.
De benadeelde is verplicht alles te doen wat redelijkerwijs kan worden gevraagd om de schade te beperken.
De redelijke kosten van de schadebeperkende maatregelen komen voor vergoeding in aanmerking (artikel 6:96 lid 2 sub a) Ad e.

Niet-vermogensschade
Op grond van artikel 6:106 lid 1 sub b BW komt een vergoeding voor niet-vermogensschade voor toewijzing in aanmerking, indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen. Deze vergoeding in geld voor geleden en nog te lijden pijn en de gederfde levensvreugde wordt smartngeld genoemd.

De hoogte van de smartengeldvergoeding is afhankelijk van een aantal factoren, zoals de aard en ernst van het letsel, de duur van de medische behandeling, de periode van arbeidsongeschiktheid en de mate van blijvende schade aan lichaam en geest.

Er bestaan geen exacte richtlijnen voor het vaststellen van smartengeldvergoedingen. Wel is er in de loop der jaren een verzameling rechterlijke uitspraken over smartengeldvergoedingen ontstaan. Deze uitspraken kunnen als uitgangspunt dienen bij het bepalen van een passende smartengeldvergoeding.

Bepaling van het smartengeld zal pas kunnen plaatsvinden wanneer er sprake is van een medische eindtoestand. Dit houdt in dat er sprake moet zijn van genezing of van een situatie waarin geen verbetering of verslechtering meer zal optreden.