Aanrijding auto en fietser-voetganger



Is er sprake van een ongeval tussen een auto en een fiets?
Of tussen een bromfiets en een voetganger, tussen een vrachtwagen en een ongemotoriseerde invalidenwagen? Alle aanrijdingen tussen een motorrijtuig en een ongemotoriseerde weggebruiker hebben een speciale positie in het Nederlandse recht.

Veel aanrijdingen vinden plaats tussen motorrijtuigen (auto's, motoren, scooters en bromfietsen e.d.) en ongemotoriseerde, dat wil zeggen een voetganger of fietser. Voetgangers en fietsers, in het bijzonder kinderen tot 14 jaar, worden door de wet en de rechter extra in bescherming genomen ten opzichte van motorrijtuigen. Dat houdt in dat zij gemakkelijker hun schade vergoed krijgen. Zelfs als zij zelf een verkeersfout gemaakt hebben en de bestuurder van een motorrijtuig niet.

Kinderen tot 14 jaar krijgen nagenoeg altijd hun volledige schade vergoed.
Personen ouder dan 13 jaar krijgen in de meeste gevallen (behoudens overmacht of bewuste roekeloosheid) ten minste 50 % van hun schade vergoed. De overige 50% hangt af van de schuldvraag. Hierbij heeft de gemotoriseerde altijd de bewijslast.

Gemotoriseerde hebben vaak moeite met deze bescherming van voetgangers en fietsers, vooral als hun bonus-malus daardoor omlaag gaat. Omgekeerd werkt de bescherming vaak ook door bij de schade aan het motorrijtuig. De eigenaar van het motorrijtuig krijgt dan bijvoorbeeld zijn schade niet of maar voor de helft vergoed.

Hierop zijn weer uitzonderingen mogelijk. Bijvoorbeeld een bromfietser wijkt uit voor een plotseling onvoorzichtig overstekend kind en belandt tegen een geparkeerde auto. Daardoor raakt hij gewond. In een dergelijk geval moet de aansprakelijkheidsverzekeraar van (de ouders van) het kind waarschijnlijk de schade vergoeden.