Geestelijk letsel


Vaak gaat lichamelijk letsel gepaard met geestelijk letsel, psychisch letsel. Er bestaat ook recht op smartengeld in geval van geestelijk letsel als niet tegelijkertijd ook sprake is van lichamelijk letsel.

Voorbeelden uit de praktijk zijn een uit de hand gelopen zakelijk geschil, hinder door de kraaiende hanen van de buurman of de confrontatie met een schokkende gebeurtenis (Hoge Raad 22 februari 2002, NJ 2002, 240, Kindertaxi). Wel wordt in (dat geval) een ondergrens aangehouden.

Een meer of minder sterk psychisch onbehagen is niet genoeg. In het algemeen is voldoende als bij degene, om wie het gaat, een in de psychiatrie erkend ziektebeeld is vastgesteld. Ook wordt als regel vereist, dat de betrokkene deskundige medische hulp heeft gezocht (HR 9 mei 2003, RvdW 2003, 92 en HR 9 juli 2004, NJ 2005, 391).