Smartengeld bij overlijden en letsel naaste?


Vooralsnog bestaat er voor de nabestaanden geen recht op smartengeld voor hun verdriet omdat ze een naaste hebben verloren. Gedoeld wordt hier in juridische zin op de zogenaamde affectieschade (verdriet om het verlies of de kwetsing van een dierbare).Omdat de grens tussen psychisch letsel en affectieschade veelal flinterdun is, komt het regelmatig voor dat de afwijzing van affectieschade als onjuist wordt ervaren.

Zo kan de situatie zich voordoen dat een toeschouwer van een dodelijk ongeluk die door het zien daarvan een psychiatrisch ziektebeeld heeft opgelopen recht op smartengeld toekomt, terwijl de nabestaanden dat niet hebben.

Overigens is er een wet in voorbereiding die de nabestaanden de mogelijkheid geeft om een vast bedrag aan smartengeld vergoed te krijgen. In enkele van de ons omliggende landen is dat reeds het geval. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat Nederland deze landen niet wilde volgen hierin.Een hieraan sterk gerelateerd is de zogenaamde shock/schrikschade.

Shockschade is een 'eigen' vorm van letsel die wordt geacht van binnenuit te komen. Dat zelfde geldt voor bijvoorbeeld een Post Traumatisch Stress Stoornis (PTSS). Op basis van deze letsels bestaat een vorderingsrecht jegens de veroorzakende partij.
Net als bij lichamelijk letsel dient het bestaan van en ook de ernst met behulp van deskundigen rapporten (medici, psychologen, psychiater of psychotherapeuten) te worden aangetoond.

In de gewezen strikte gerechtelijke uitspraken gaat men er verder van uit dat hier slechts sprake van kan zijn in het geval de gedupeerde het ongeval heeft zien gebeuren dan wel kort daarna arriveerden en met de gevolgen werden geconfronteerd. Aldus de Hoge Raad zou zich dat met name voordoen indien er een familieband zal bestaan.