Wanneer ontstaat recht op smartengeld?



In artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek is een onderverdeling gemaakt in vijf categoriŽn:

- In gevallen waarin een ander het oogmerk heeft gehad om nadeel toe te brengen;
- Bij lichamelijk en geestelijk letsel;
- Bij het schenden van de eer of de goede naam;
- Bij de aantasting in de persoon;
- Bij een aantasting van de nagedachtenis van een overledene.