Verwerking


Tijdens de ziekenhuisopname zal men in een eerste fase dikwijls bezig zijn met de reconstructie van het ongeval, het zoeken naar een antwoord op de "Waarom-vraag". Het slachtoffer zal zich aanvankelijk in zijn beleving tussen twee psychologische processen bevinden : enerzijds het zichzelf afschermen, het ontkennen van de gebeurtenis, het vermijden van alles wat aan het ongeval doet denken. Anderzijds herbeleeft hij alles bij het zien van beelden op het T.V.-journaal, bij ondervragingen door politie of rijkswacht. Hij heeft soms nachtmerries of schrikreacties bv. bij het horen van een remmende auto. Heftige emotionele opwellingen zijn in deze periode veel voorkomend.

Gevoelens van agressie, onmacht en depressie kunnen dikwijls moeilijk geuit worden in een ziekenhuis. Schuldgevoelens kunnen hier voorkomen, zeker als andere inzittenden of verkeersdeelnemers gewond of overleden zijn. Ook het niet kunnen uiten van gevoelens is een frustratie op zich. Dikwijls vertaalt de omgeving dit verkeerdelijk als een teken van een vlotte verwerking. De vertrouwde omgeving van het slachtoffer heeft dan tijdens het bezoek wel eens de indruk als schietschijf te dienen voor alle frustraties.
Het praten over het ongeval dient gedoseerd te gebeuren.

Het slachtoffer bepaalt best zelf waarover hij wanneer wil praten. Het tonen van foto's van het ongeval door familieleden of kennissen kan op een moment gebeuren dat betrokkene daar helemaal nog niet klaar voor was, met alle gevolgen vandien.

Eerder vertelden we reeds dat het steeds opnieuw moeten vertellen van het ongeval aan politie of omgeving eveneens pijnlijk kan zijn.

Soms is er vrij lang na het ongeval nog behoefte om zijn verhaal te vertellen maar stuit het slachtoffer op weerstand bij zijn omgeving: zij aanhoren het verhaal misschien voor de zoveelste keer.
Geleidelijk zullen de herinneringen aan het ongeval en de eventuele gevolgen ervan geďntegreerd worden in het bewustzijn.

Bij ernstige letsels is er kans op onvolledig herstel. Aanvankelijk blijft men hopen dat alles weer goed komt, zelfs als de artsen het tegendeel reeds medisch hebben bevestigd. Steeds meer gaat men beseffen dat leven zoals voorheen niet meer mogelijk is. Het eigen lichaam is een ander lichaam geworden. De behandeling confronteert hem/haar met dit geschonden lichaam dat opnieuw zal moeten verkend worden om er weer eigen aan te worden.

Ook de partner en de naaste omgeving kunnen lijden onder de moeilijke acceptatie van de handicap. Veelal worden zij tijdens de behandeling te weinig betrokken. Zij krijgen wel voldoende informatie maar vaak luistert niemand eens naar hun angsten en onzekerheden.

Sommige klachten verdienen verdere professionele opvolging indien ze langdurig en frequent voorkomen én het functioneren van de betrokkene belemmeren :

- angst om de plaats van het ongeval te betreden (bv. weg naar het werk, bv. beroepschauffeurs);
- angst om weer te gaan rijden;
- heftige schrikreacties bij het horen van sirenes, slippende banden;
- boosheid op de hulpverleners, de omstandigheden;
- verdriet, neerslachtigheid, interesseverlies;
- dwangmatig vertellen over het ongeval, schuldgevoelens, zelfverwijt, concentratieproblemen,
  geheugenproblemen, zelfmoordneigingen;
- slapeloosheid, onrustige slaap;
- gevoelens van eenzaamheid, sterk vermijdingsgedrag, psycho-somatische klachten, hyperventilatie, moeheid,
  spanningspijnen, aanhoudende pijnen ter hoogte van gekwetste lichaamsdelen,