Regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikte


De WGA is onderdeel van de WIA en bedoeld voor werknemers die deels arbeidsgeschikt worden verklaard met een loonverlies tussen de 35 en 80%. Ook werknemers die volledig arbeidsongeschikt zijn (loonverlies van meer dan 80%) maar die waarschijnlijk voldoende zullen herstellen, vallen onder de WGA.
Werken naar vermogen wordt beloond

Bij gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid wordt verwacht dat werknemers werken naar vermogen. De WGA maakt het aantrekkelijk om weer en meer te werken.

Eerst een loongerelateerde uitkering
Eerst krijgt de werknemer een 'loongerelateerde' uitkering. Wie niet werkt krijgt 70% van het loon dat verdiend werd voordat men ziek werd (met een maximum). Wie wel werkt, krijgt bovenop het nieuwe loon een uitkering die 70% is van het bedrag dat men minder verdient in vergelijking met het vroegere loon (ook met een maximum). Deze 'loongerelateerde' uitkering duurt minimaal een half jaar en maximaal vijf jaar (NB: per 1 januari 2008 wordt dit minimaal drie maanden en maximaal drie jaar en twee maanden (38 maanden)). Hoe lang precies, hangt af van de leeftijd van de werknemer op het moment dat de uitkering begint. Om in aanmerking te komen voor deze loongerelateerde uitkering moet men in ieder geval minimaal 26 van de laatste 36 weken voordat men ziek werd, gewerkt hebben (de 'referte-eis').

Dan een uitkering die hoger is als men voldoende werkt
De uitkering daarna hangt af van hoevl de werknemer op dat moment verdient. Deze verdiensten worden tot het 65e jaar elke maand bekeken. Wie na de 'loongerelateerde' uitkering minstens 50% van de resterende verdiencapaciteit verdient, krijgt een loonaanvulling van 70% van het verschil tussen het oude loon (met een maximum) en het loon bij volledige benutting van de resterende verdien-capaciteit.
Wie na de 'loongerelateerde' uitkering niet of minder dan 50% van de verdiencapaciteit verdient, krijgt een uitkering ter hoogte van een bepaald percentage van het minimumloon. Dat percentage is afhankelijk van de arbeidsongeschikt-heidklasse waar men in zit. Deze uitkering is dus bijna altijd lager dan de 'loongerelateerde' uitkering.

Als men onder het sociaal minimum komt: een toeslag
Als het gezinsinkomen in de WGA lager uitvalt dan het sociale minimum, is een toeslag van UWV mogelijk. Deze toeslag is ook afhankelijk van het inkomen van de partner.

Als men wel volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is: 70% uitkering

Volledig arbeidsongeschikten die niet duurzaam arbeidsongeschikt zijn, krijgen een uitkering van 70% van het dagloon (met een maximum). Deze uitkering duurt net zolang totdat duidelijk is dat geen herstel mogelijk is (dan volgt een IVA-uitkering) of totdat ze geheel of gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn.

Naast uitkering ook re-integratievoorzieningen

De WGA omvat een uitgebreid re-integratiepakket voor werknemers en werkgevers. Naast uitkering ook re-integratievoorzieningen Werknemers kunnen voorzieningen krijgen voor werkplekaanpassingen en hulp bij re-integratie.
Premiekortingen maken het voor werkgevers aantrekkelijker om gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers in dienst te houden of te nemen. Als de kosten voor (her)plaatsing van arbeidsgehandicapte werknemers hoger zijn dan een bepaald drempelbedrag (o.a. afhankelijk van de hoogte van het loon), is er - bij een dienstverband van minimaal zes maanden - recht op subsidie.
En als een arbeidsgehandicapte werknemer uitvalt, betaalt UWV ziekengeld en wordt een eventuele (nieuwe) arbeidsongeschiktheidsuitkering niet doorberekend in de gedifferentieerde premie. Deze no risk polis geldt in principe vijf jaar; verlenging is mogelijk bij grote risico's.

Eigenrisicodragen
Een werkgever kan zelf kiezen hoe hij wil omgaan met het risico van arbeidsongeschiktheid van werknemers. Hij kan dit risico publiek verzekeren bij UWV; UWV betaalt dan zo nodig de WGA-uitkering en is verantwoordelijk voor de re-integratie van de gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers. Hij kan ook 'Eigenrisicodrager' worden en eventueel een verzekering bij een private verzekeraar afsluiten. Grote werkgevers (minimaal 25 maal de gemiddelde loonsom) kunnen vanaf 2006 Eigenrisicodrager voor de WGA worden, evenals kleine werkgevers die al vr 2005 Eigenrisicodrager WAO waren. De overige kleine werkgevers kunnen vanaf 2007 Eigenrisicodrager worden.De periode van Eigenrisicodragen is voor 2006 op 4 jaar gesteld. Vanaf 2007 is de periode van Eigenrisicodragen 10 jaar.

Premiebetaling Eigenrisicodrager

De werkgever betaalt naast een vaste premie een gedifferentieerde premie voor de WGA. Als hij 'Eigenrisicodrager' is, hoeft hij de gedifferentieerde premie niet te betalen. In 2006 is de financiering anders geregeld. De WGA-uitkeringen worden in dat jaar betaald uit de basispremie die voor alle werkgevers gelijk is.